Eind vorige week heb ik hoofdstuk V afgerond. Ik zit nu op dik 50 duizend woorden. Daarmee nadert ook de eerste fase van het boek zijn einde. Voor ik verder kan met de tweede fase, moet ik eerst even opnieuw de verhaallijn aanscherpen. Ik heb voordat ik begon met schrijven de blauwdruk van het boek, mijn stappenplan, bepaald, maar ik merk dat er inmiddels zo veel is veranderd dat het alleen in grote lijnen nog klopt. Het stappenplan heeft niet de sfeer die de hoofdstukken wel hebben en het is die sfeer die het verloop van het verhaal sterk bepaalt.
In praktijk betekent het dat ik mezelf nu een paar dagen de tijd gun om de komende ontwikkelingen uit te denken en vorm te geven.
Ik ben vrijdag begonnen met het opstellen van een vragenlijst voor mezelf. Waar staan de personages nu? Wat zijn de individuele doelen, want die zijn in hoofdstuk V voor sommigen veranderd. Welke personages, die pas tijdens het schrijven zijn ontstaan, gaan nog terugkomen?
Ik bleek meer vragen te hebben dan ik dacht en dat was verontrustend, maar ik moet erop vertrouwen dat ik voor al die vragen een antwoord kan vinden. En diep in mijn hart weet ik dat ik wel weer een oplossing kan bedenken, maar vandaag voelde ik koudwatervrees en heb me meer gericht op het voorbereiden van mijn vakantie, maar daarover later meer.
In deze periode merk ik ook dat ik me afvraag wat ik de volgende keer anders zou doen en ... eerlijk gezegd weet ik het niet. Ik denk dat een kille planning vooraf, die mijn stappenplan toch is, nooit die magie kan vangen die er tijdens het schrijven ontstaat. Wanneer de personages gaan leven, zeggen ze dingen die je vooraf niet had kunnen voorspellen. Hun interactie is net zo spontaan als de onze. Ze zijn net zo beschaamd of wars om iets ter sprake te brengen of net zo spraakzaam. Ze handelen vanuit hun eigen motieven en soms maken ze het me daarom extra moeilijk en soms zo veel gemakkelijker dan ik vooraf had durven hopen. We krijgen ook echt een band met ze. Ik vroeg Jaap een tijdje terug: 'Moet ik nog een hoofdpersonage dood laten gaan?' 'Nee,' was zijn resolute antwoord en zelf voel ik dat ook zo, maar ik weet het niet zeker. Echt niet. Ik hoop ook dat ze allemaal de eindstreep halen en als ik het kan helpen zal ik het die kant op sturen, maar misschien gaat iemand zich opofferen voor een hoger doel of pakt een gevecht simpelweg desastreus af voor een van hen. Wie zal het zeggen? Ik (nog) niet in ieder geval.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten