Eind vorige week heb ik hoofdstuk V afgerond. Ik zit nu op dik 50 duizend woorden. Daarmee nadert ook de eerste fase van het boek zijn einde. Voor ik verder kan met de tweede fase, moet ik eerst even opnieuw de verhaallijn aanscherpen. Ik heb voordat ik begon met schrijven de blauwdruk van het boek, mijn stappenplan, bepaald, maar ik merk dat er inmiddels zo veel is veranderd dat het alleen in grote lijnen nog klopt. Het stappenplan heeft niet de sfeer die de hoofdstukken wel hebben en het is die sfeer die het verloop van het verhaal sterk bepaalt.
In praktijk betekent het dat ik mezelf nu een paar dagen de tijd gun om de komende ontwikkelingen uit te denken en vorm te geven.
Ik ben vrijdag begonnen met het opstellen van een vragenlijst voor mezelf. Waar staan de personages nu? Wat zijn de individuele doelen, want die zijn in hoofdstuk V voor sommigen veranderd. Welke personages, die pas tijdens het schrijven zijn ontstaan, gaan nog terugkomen?
Ik bleek meer vragen te hebben dan ik dacht en dat was verontrustend, maar ik moet erop vertrouwen dat ik voor al die vragen een antwoord kan vinden. En diep in mijn hart weet ik dat ik wel weer een oplossing kan bedenken, maar vandaag voelde ik koudwatervrees en heb me meer gericht op het voorbereiden van mijn vakantie, maar daarover later meer.
In deze periode merk ik ook dat ik me afvraag wat ik de volgende keer anders zou doen en ... eerlijk gezegd weet ik het niet. Ik denk dat een kille planning vooraf, die mijn stappenplan toch is, nooit die magie kan vangen die er tijdens het schrijven ontstaat. Wanneer de personages gaan leven, zeggen ze dingen die je vooraf niet had kunnen voorspellen. Hun interactie is net zo spontaan als de onze. Ze zijn net zo beschaamd of wars om iets ter sprake te brengen of net zo spraakzaam. Ze handelen vanuit hun eigen motieven en soms maken ze het me daarom extra moeilijk en soms zo veel gemakkelijker dan ik vooraf had durven hopen. We krijgen ook echt een band met ze. Ik vroeg Jaap een tijdje terug: 'Moet ik nog een hoofdpersonage dood laten gaan?' 'Nee,' was zijn resolute antwoord en zelf voel ik dat ook zo, maar ik weet het niet zeker. Echt niet. Ik hoop ook dat ze allemaal de eindstreep halen en als ik het kan helpen zal ik het die kant op sturen, maar misschien gaat iemand zich opofferen voor een hoger doel of pakt een gevecht simpelweg desastreus af voor een van hen. Wie zal het zeggen? Ik (nog) niet in ieder geval.
maandag 30 juli 2012
maandag 16 juli 2012
Prehistorische afleiding
Vandaag zit ik diep in hoofdstuk V. Belangrijke gebeurtenissen staan op stapel en ik verwacht vandaag nog toe te komen aan een tocht door geheime tunnels. Een van mijn katten, Lucy, zit naast me op het raamkozijn.
Plotseling worden we opgeschrikt door luid prehistorisch gekrijs en zie ik uit mijn ooghoek een grote meeuw op me afkomen. Hij doet een schijnaanval naar ons. Dat kan toch niet waar zijn? Maar ja hoor, hij doet het nog een keer of drie. De ene keer scheert hij vlak langs het raam, dan weer vliegt hij recht op ons af om net voor het raam af te buigen. Bizar. Misschien heeft hij de pest in omdat het giet van de regen. Het valt me op dat hij de enige vogel is die zich laat zien en horen.
Inmiddels is hij gestopt met aanvallen, maar hij blijft onophoudelijk krijsen en mekkeren. Lucy was eerst gebiologeerd, maar heeft nu toch wat afstand genomen. Ja meid, Leiden is een stad van meeuwen. Wen er maar aan.
Plotseling worden we opgeschrikt door luid prehistorisch gekrijs en zie ik uit mijn ooghoek een grote meeuw op me afkomen. Hij doet een schijnaanval naar ons. Dat kan toch niet waar zijn? Maar ja hoor, hij doet het nog een keer of drie. De ene keer scheert hij vlak langs het raam, dan weer vliegt hij recht op ons af om net voor het raam af te buigen. Bizar. Misschien heeft hij de pest in omdat het giet van de regen. Het valt me op dat hij de enige vogel is die zich laat zien en horen.
Inmiddels is hij gestopt met aanvallen, maar hij blijft onophoudelijk krijsen en mekkeren. Lucy was eerst gebiologeerd, maar heeft nu toch wat afstand genomen. Ja meid, Leiden is een stad van meeuwen. Wen er maar aan.
Locatie:
Leiden, Nederland
donderdag 12 juli 2012
Blogroutine
Vandaag schrijf ik pas mijn tweede bericht. Da's nie best. Ik moet nog even wennen aan het bloggen. Sinds mijn laatste bijdrage zijn er belangrijke dingen gebeurd.
Allereerst had mijn betaalde werk nog een slepend financieel staartje, maar sinds vorige week heb ik zowaar enkele achterstallige betalingen binnengekregen en adem ik een stuk rustiger. Als iedereen woord houdt komen er snel nog andere betalingen aan en kan ik mijn boek schrijven zonder schuldgevoel.
Een andere ontwikkeling is het afronden van hoofdstuk IV. Tot nu toe waren alle hoofdstukken verrassend gelijk van lengte, tussen de vijfenhalf en zesenhalf duizend woorden, maar omdat hoofdstuk IV eindigt met een cliffhanger is het korter.
Het schrijven blijft me verbazen. Dit boek heeft een aanloop van een paar jaar gehad waarin het verhaal langzaam fermenteerde. Eind vorig jaar ben ik begonnen met het maken van wat ik noem een stappenplan. Daarin heb ik het hele verhaal stap voor stap in elkaar gepast en beschreven. Ik dacht dat het schrijven van het boek eenvoudigweg het aan elkaar lassen van die stappen was, maar niets blijkt minder waar. Een paar voorbeelden: een gebeurtenis die in het stappenplan in twee zinnen werd gevangen, bleek een heel hoofdstuk te worden (hoofdstuk III), toevallig gekozen bijzaken blijken later een sleutelrol te gaan vervullen en moeilijk in te passen passages komen onverwacht en op natuurlijke wijze in een dialoog tussen personages ter sprake. Verbazingwekkend en heerlijk.
Net als elke andere schrijver hoop ik dit fulltime en voor de rest van mijn leven te kunnen blijven doen, maar ik ben ook een realist, jammer genoeg. Ik weet dat het maar voor weinigen is weggelegd en dat ik in de loop van volgend jaar waarschijnlijk weer op jacht zal moeten naar opdrachtgevers. Maar nu mag ik even dromen en nu ben ik even fulltime schrijver.
Allereerst had mijn betaalde werk nog een slepend financieel staartje, maar sinds vorige week heb ik zowaar enkele achterstallige betalingen binnengekregen en adem ik een stuk rustiger. Als iedereen woord houdt komen er snel nog andere betalingen aan en kan ik mijn boek schrijven zonder schuldgevoel.
Een andere ontwikkeling is het afronden van hoofdstuk IV. Tot nu toe waren alle hoofdstukken verrassend gelijk van lengte, tussen de vijfenhalf en zesenhalf duizend woorden, maar omdat hoofdstuk IV eindigt met een cliffhanger is het korter.
Het schrijven blijft me verbazen. Dit boek heeft een aanloop van een paar jaar gehad waarin het verhaal langzaam fermenteerde. Eind vorig jaar ben ik begonnen met het maken van wat ik noem een stappenplan. Daarin heb ik het hele verhaal stap voor stap in elkaar gepast en beschreven. Ik dacht dat het schrijven van het boek eenvoudigweg het aan elkaar lassen van die stappen was, maar niets blijkt minder waar. Een paar voorbeelden: een gebeurtenis die in het stappenplan in twee zinnen werd gevangen, bleek een heel hoofdstuk te worden (hoofdstuk III), toevallig gekozen bijzaken blijken later een sleutelrol te gaan vervullen en moeilijk in te passen passages komen onverwacht en op natuurlijke wijze in een dialoog tussen personages ter sprake. Verbazingwekkend en heerlijk.
Net als elke andere schrijver hoop ik dit fulltime en voor de rest van mijn leven te kunnen blijven doen, maar ik ben ook een realist, jammer genoeg. Ik weet dat het maar voor weinigen is weggelegd en dat ik in de loop van volgend jaar waarschijnlijk weer op jacht zal moeten naar opdrachtgevers. Maar nu mag ik even dromen en nu ben ik even fulltime schrijver.
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Reacties (Atom)